Deze checklist vervangt de keuring niet. Een keurmeester kijkt onder de auto, test de remmen en controleert dingen die je thuis niet kunt meten. Maar een groot deel van de punten kun je wel zelf zien. Die los je dan op voordat je auto naar de keuring gaat.
Wanneer moet je auto APK?
Dat hangt af van de brandstof en de leeftijd. Volgens de RDW gelden voor personenauto's deze termijnen:
| Soort auto | Eerste keer | Daarna |
|---|---|---|
| Benzine of elektrisch, jonger dan 30 jaar | Als de auto 4 jaar is | Twee keer om de 2 jaar, daarna elk jaar |
| Diesel of gas, jonger dan 30 jaar | Als de auto 3 jaar is | Elk jaar |
| 30 tot 50 jaar oud | n.v.t. | Eens per 2 jaar |
| Ouder dan 50 jaar | n.v.t. | Geen APK-plicht |
- Herinnering. De RDW stuurt je 1 keer een brief, 6 weken voordat je APK afloopt.
- Eerder keuren. Je mag vanaf 2 maanden voor de vervaldatum keuren. Je houdt dan dezelfde datum, plus 1 of 2 jaar.
- Geen uitstel. Volgens de RDW kun je geen uitstel aanvragen.
- Papieren. Volgens de RDW hoef je geen kentekenbewijs of oud keuringsrapport mee te nemen.
Plan de checklist dus ruim voor die 2 maanden. Dan heb je tijd om iets te laten maken.
De checklist: dit controleer je zelf
De eisen hieronder komen uit het APK-handboek van de RDW. Dat is het boek waar keurmeesters mee werken. Staat er "controleer", dan kun je het zelf alleen globaal beoordelen en beslist de keurmeester.
1. Verlichting
- Controleer dimlicht, grootlicht, stadslicht, knipperlichten links en rechts, alarmlichten, remlichten, achterlichten, achteruitrijlicht en kentekenverlichting.
- Vraag iemand op de rem te trappen terwijl jij achter de auto staat. Alleen kun je het remlicht ook zien in de weerspiegeling van een raam of garagedeur.
- Volgens het APK-handboek moeten de verplichte lichten goed werken. Lampglazen mogen niet zo beschadigd zijn dat het licht slechter wordt. Ze mogen ook niet bespoten, geverfd of beplakt zijn.
2. Ruitenwissers en ruitensproeiers
- Zet de wissers aan op een natte ruit. Blijven er strepen of stukken over, dan zijn de bladen versleten.
- Test de sproeiers. Volgens de RDW moet de sproeier zowel het directe als het indirecte zichtveld raken. Niet elke sproeikop hoeft te werken, als die plekken maar nat worden.
- De wissers moeten na het uitzetten terug naar hun ruststand gaan.
- Vul het sproeierreservoir, zodat er ook echt iets uitkomt.
3. Banden
- Profiel. De RDW eist minimaal 1,6 mm in de hoofdgroeven, over de hele omtrek van de band. Meet op meerdere plekken, ook aan de binnenkant. Tussen 1,6 en 2,5 mm krijg je volgens het APK-handboek een adviespunt.
- Schade. Kijk naar bulten of scheuren in de zijkant. Een band met een bult of met zichtbaar karkas (het weefsel onder het rubber) wordt afgekeurd.
- Zelfde maat per as. Beide banden op één as moeten dezelfde maat hebben. Rijd dus niet met een noodwiel naar de keuring.
- Spanning. Zet de banden op de spanning uit het instructieboekje. Volgens het handboek mogen banden op dezelfde as niet meer dan 0,3 bar verschillen.
Twijfel je over je profiel? Laat je banden nameten of vervangen voor de keuring.
4. Remmen
Remmen kun je thuis niet goed testen. De keurmeester meet of beide kanten even hard remmen. Controleer wel deze signalen:
- Piept, schuurt of trilt de auto bij het remmen?
- Trekt de auto naar één kant als je remt?
- Houdt de handrem de auto goed vast op een helling?
- Brandt er een remlampje of ABS-lampje?
Merk je een van deze dingen? Laat dan eerst de remmen nakijken. Remmen zijn een belangrijk onderdeel van de keuring.
5. Voorruit en ruiten
Een sterretje of barst in de voorruit is een bekende afkeurreden. Het APK-handboek werkt met een denkbeeldige cirkel om de schade:
- In het directe zichtveld mag de schade in een cirkel van maximaal 20 mm passen. Dat zichtveld is ongeveer het stuk van de ruit recht voor de bestuurder, waar de wisser langs gaat.
- Daarbuiten, in het zogeheten indirecte zichtveld, mag de schade in een cirkel van maximaal 50 mm passen.
- Lopen er 3 of meer barstjes buiten die cirkel, dan is het een vertakte barst. Dat is een afkeurpunt.
Een ruitschade kan groter worden door trillingen en temperatuurverschillen. Wacht dus niet te lang met laten repareren.
6. Spiegels
- Auto's in gebruik vanaf 26 januari 2010 moeten volgens de RDW een linker- en rechterbuitenspiegel en een binnenspiegel hebben. Voor oudere auto's zijn de eisen iets anders.
- Spiegels moeten goed vastzitten. Het glas mag niet gebroken zijn.
7. Claxon
Druk even op de toeter. Volgens het APK-handboek moet de auto een goed werkende hoorn met een vaste toonhoogte hebben.
8. Gordels
- Trek elke gordel helemaal uit. Kijk of de band niet ingescheurd of gerafeld is.
- Klik elke gordel vast en los. De sluiting moet goed werken.
- Laat de gordel terugschieten. Het oprolmechanisme moet hem weer strak trekken.
- Trek met een ruk aan de gordel. Hij moet blokkeren.
Vergeet de achterbank niet. Daar zitten gordels vaak weggestopt en worden ze het minst gebruikt.
9. Lekkages
Kijk op je vaste parkeerplek of er vlekken onder de auto zitten. Controleer ook het peil van olie, koelvloeistof en remvloeistof. Zakt een peil steeds, dan lekt er iets.
Volgens het APK-handboek mogen auto's in gebruik vanaf 2018 geen overmatige lekkage van vloeistof hebben. Water telt niet mee. Bij zo'n lekkage schrijft de keurmeester een reparatieadviespunt op. Remmen, stuurbekrachtiging, vering en brandstofsysteem vallen buiten deze regel. Dat betekent niet dat een lek daar geen kwaad kan. Zie je remvloeistof lekken, laat het dan direct nakijken.
10. Lampjes op het dashboard
- Start de auto en kijk welke lampjes blijven branden nadat de motor loopt.
- Airbag, ABS, stabiliteitscontrole, bandenspanning of stuurbekrachtiging. Een storingslampje van zo'n veiligheidssysteem noteert de keurmeester volgens het APK-handboek als reparatieadviespunt. Je auto wordt dan wel goedgekeurd, maar laat het maken.
- Motorstoringslampje. Controleer dit altijd vooraf. Het kan wijzen op een fout in het emissiesysteem. Bij de milieukeuring kan dat een probleem geven. Lees wat je kunt doen als het motorlampje brandt.
11. Uitlaat
- Luister bij een koude start. Een tikkend, blazend of ratelend geluid onder de auto wijst op een lek of een losse uitlaat.
- Volgens het APK-handboek moet de uitlaat over de hele lengte gasdicht zijn. De auto mag ook niet meer lawaai maken dan is toegestaan.
- Controleer of de uitlaat niet laag hangt of rammelt over drempels.
12. Kenteken
- Beide kentekenplaten moeten goed vastzitten, voor en achter.
- Volgens het APK-handboek moeten letters en cijfers op 20 meter afstand leesbaar zijn. Platen mogen niet beschadigd, ingekort of beplakt zijn.
- Maak de platen schoon als ze vuil zijn. Werkt de kentekenverlichting? Die hoort bij punt 1.
In welke volgorde loop je het na?
Zo pak je het het snelst aan, zonder punten te vergeten:
- Rondje om de auto. Banden, spiegels, kentekenplaten, ruiten en lampglazen.
- Instappen. Contact aan en motor starten. Kijk welke lampjes blijven branden. Test claxon, wissers en sproeiers.
- Lichten met hulp. Iemand loopt rond terwijl jij alle lichten één voor één aanzet en remt.
- Gordels. Alle zitplaatsen, ook achter.
- Motorkap open. Peilen van olie, koelvloeistof, remvloeistof en ruitensproeiervloeistof.
- Proefrit. Remmen, handrem, geluid van de uitlaat en trillingen.
Waar mensen zich vaak in vergissen
- "De remmen voelen goed." Een auto kan prima stoppen en toch aan één kant slechter remmen. Dat merk je zelf vaak niet, maar de keurmeester meet het wel.
- Profiel meten aan de buitenkant. Banden slijten niet altijd gelijk. Bij een scheve uitlijning slijt vaak de binnenkant, die je niet goed ziet. Meet dus over de hele breedte.
- Een sterretje "valt wel mee". Het gaat om de plek op de ruit. Recht voor de bestuurder is de grens veel strenger dan aan de rand.
- Lampjes die "altijd al branden". Went een lampje, dan vergeet je het. Toch is het een signaal dat een systeem niet goed werkt.
- Te laat beginnen. Heb je een onderdeel nodig, dan kost dat soms een paar dagen. Wie op de laatste dag komt, heeft geen ruimte meer.
Wat staat er op het keuringsrapport?
Na de keuring krijg je volgens de RDW een rapport met de nieuwe vervaldatum. Daarop kunnen verschillende soorten punten staan:
| Soort punt | Wat het betekent | Goedgekeurd? |
|---|---|---|
| Afkeurpunt | Een gebrek waardoor de auto niet aan de APK-eisen voldoet | Nee, eerst repareren |
| Reparatiepunt | Een reparatie die nodig is vanwege de APK-eisen | Na reparatie wel |
| Reparatieadviespunt | Een storingsmelding van een veiligheidssysteem of overmatige lekkage | Ja, maar laat het maken |
| Adviespunt | Iets dat nu nog mag, maar aandacht vraagt, zoals banden tussen 1,6 en 2,5 mm | Ja |
Neem de adviespunten serieus. Wat nu een adviespunt is, kan bij de volgende keuring een afkeurpunt zijn. Laat ze bijvoorbeeld meenemen bij je volgende onderhoudsbeurt.
Afgekeurd: wat nu?
- Tot je vervaldatum mag je rijden. Volgens de RDW rijd je zonder boete tot de datum waarop je oude APK afloopt. Maar let op: de politie kan bij een controle zien dat je auto niet aan de eisen voldoet. En je verzekeraar kan weigeren schade te betalen.
- Laat de afkeurpunten repareren. Neem het keuringsrapport mee naar de garage. Daarop staat precies wat er mis is.
- Laat de auto opnieuw keuren. Pas na goedkeuring krijg je een nieuwe vervaldatum.
- Niet op tijd klaar? Volgens de Rijksoverheid krijg je automatisch een boete als je APK verloopt. Dat geldt ook als de auto niet op de openbare weg staat. Uitstel is niet mogelijk. Wil je de auto echt even niet gebruiken, dan kun je het kenteken bij de RDW laten schorsen.
Ben je het niet eens met de afkeuring? Volgens de RDW zeg je dat direct tegen de keurmeester en vul je het vak rechtsonder op het rapport in. De auto mag daarna niet verplaatst of gerepareerd zijn. Een medewerker van de RDW kijkt dan opnieuw.
Liever je auto laten nakijken voor de APK?
Wij hebben zelf geen APK-erkenning en keuren dus niet zelf. Wel kijken we je auto vooraf na en repareren we wat nodig is. De keuring doet een RDW-erkende keurmeester. Lees hoe dat werkt op onze pagina over de APK regelen via Steffens Autoservice. Heb je nog een beurt tegoed? Dan kan dat vaak in één keer mee.