Banden zijn het enige deel van je auto dat de weg raakt. Remmen, sturen en optrekken gaat allemaal via vier stukjes rubber zo groot als een handpalm. Toch kijken veel mensen pas naar hun banden als de APK eraan komt. Op deze pagina lees je waar je zelf op kunt letten, wat de regels zijn en wanneer het tijd is voor nieuwe banden. Bij Steffens Autoservice aan de Ambachtsweg in Nijmegen-West helpen we je met banden voor alle merken.
Wanneer moet ik mijn banden vervangen?
Er zijn drie redenen om banden te vervangen: te weinig profiel, schade en ouderdom.
1. Te weinig profiel
Volgens het APK-handboek van de RDW moet het profiel in de hoofdgroeven over de hele omtrek van de band minstens 1,6 mm zijn. Dat is het wettelijke minimum, zowel voor zomer- als voor winterbanden. Rijd je met minder, dan kun je een boete krijgen en keurt de APK je auto af.
Maar 1,6 mm is echt de ondergrens. Een band met weinig profiel voert water slecht af. Op een nat wegdek wordt je remweg dan langer en is de kans op slippen groter. Daarom geeft de ANWB dit advies:
| Soort band | Wettelijk minimum | Advies ANWB: vervangen bij |
|---|---|---|
| Zomerband | 1,6 mm | 2 mm of minder |
| Winterband | 1,6 mm | 4 mm |
| Winterband in Oostenrijk | 4 mm (volgens de ANWB) | 4 mm |
Zelf meten? Gebruik een profieldieptemeter en meet op een paar plekken: links, midden en rechts. Heb je geen meter? De ANWB noemt een simpele truc. Steek een munt van 1 euro (zomerband) of 2 euro (winterband) in de groef. Zie je de gouden of zilveren rand nog boven het rubber uitsteken, dan is het profiel te laag. Ook de kleine rubberen blokjes in de groeven helpen. Dat zijn slijtage-indicatoren. Is het profiel even hoog als die blokjes, dan is de band op.
2. Schade aan de band
Kijk ook naar de zijkant van je banden. Volgens de APK-regels mag een band geen uitstulping (bult) hebben en mag het karkas niet zichtbaar zijn. Een bult ontstaat vaak na een klap tegen een stoeprand of een diep gat in de weg. Binnenin is dan iets geknapt. Zo’n band kan plotseling klappen. Rijd er niet mee door, maar laat hem vervangen. Kleine scheurtjes in de zijwand wijzen vaak op uitdroging door ouderdom.
3. Ouderdom: de DOT-code
Rubber wordt harder als het ouder wordt, ook als de band weinig gereden heeft. Een harde band heeft minder grip. Hoe oud je band is, lees je af aan de DOT-code op de zijkant. Zoek naar vier cijfers in een ovaaltje. De eerste twee cijfers zijn de week, de laatste twee het jaar. 2319 betekent dus: gemaakt in week 23 van 2019.
Volgens de ANWB is een autoband na 8 tot 10 jaar toe aan vervanging door veroudering. Heb je een auto die weinig rijdt, bijvoorbeeld een tweede auto of een camper, let dan extra op de leeftijd. Profiel genoeg zegt dan weinig.
Wat zegt het bandenlabel?
Bij nieuwe banden hoort een Europees bandenlabel. Volgens de Rijksoverheid geldt het huidige label sinds 1 mei 2021. Het laat drie dingen zien:
- Brandstofefficiëntie (rolweerstand): van A (heel zuinig) tot E (minst zuinig). Hoe lager de rolweerstand, hoe minder brandstof of stroom je verbruikt.
- Grip op nat wegdek: van A (veel grip) tot E (minste grip). Dit gaat over je remweg als het regent. Voor je veiligheid is dit het belangrijkste vakje.
- Geluid: klasse A tot C, plus het aantal decibel. Dit is het geluid dat de band buiten de auto maakt.
Op het label staat ook of de band geschikt is voor sneeuw (sneeuwvloksymbool) of ijs. Het label zegt niet alles. Slijtage, grip op droog wegdek en gedrag in bochten staan er niet op. Wil je banden vergelijken, kijk dan ook naar bandentests van de ANWB of de Consumentenbond.
Winterbanden wisselen: moet dat in Nederland?
Nee. Volgens de Rijksoverheid ben je in Nederland niet verplicht om winterbanden te gebruiken. Bij winterse omstandigheden is het wel verstandig. Spijkerbanden (spikes) zijn in Nederland verboden, omdat ze de weg beschadigen.
Ga je naar het buitenland, let dan op. Volgens de ANWB gelden daar andere regels:
- Duitsland: winterbanden zijn verplicht als het winters is. Denk aan ijzel, sneeuw, sneeuwmodder of rijp. Dat geldt ook voor Nederlandse auto’s. Alleen banden met het sneeuwvloksymbool (3PMSF) tellen als winterband. Vanuit Nijmegen ben je zo over de grens, dus dit geldt ook voor een dagje Kleef of Emmerich.
- Oostenrijk: van 1 november tot en met 15 april verplicht bij winterse omstandigheden. Voor winterbanden geldt daar volgens de ANWB een minimum van 4 mm profiel.
De ANWB adviseert winterbanden zodra er kans is op vorst of sneeuw. Een handig moment om te wisselen is als de klok verzet wordt: eind oktober naar winterbanden, eind maart terug naar zomerbanden.
All-season banden: een goed alternatief?
All-season banden (ook wel all-weather) kun je het hele jaar rijden. Je hoeft dus niet twee keer per jaar te wisselen. Het is wel een compromis: in de zomer zijn ze minder goed dan zomerbanden, in de sneeuw minder goed dan winterbanden. De ANWB zegt dat all-season banden vooral bij kleinere auto’s goed werken. Voor grotere en sportieve auto’s raadt de ANWB winterbanden aan. Heb je een krachtige BMW met achterwielaandrijving, dan is dat goed om te weten. Kies je voor all-season, zorg dan voor het sneeuwvloksymbool. Anders tellen ze in Duitsland niet als winterband.
Hoe hard moeten mijn banden zijn?
De juiste bandenspanning staat in het instructieboekje. Vaak staat hij ook op een sticker in de deurstijl of achter het tankklepje. De ANWB adviseert om elke maand te controleren en altijd voor een lange rit. Meet als de banden koud zijn: als je die dag nog niet of maximaal 5 kilometer hebt gereden.
Te zachte banden hebben volgens de ANWB drie nadelen:
- Je verbruikt meer brandstof, omdat de band meer weerstand heeft.
- De band slijt sneller en ongelijk.
- Bij remmen kan de auto scheef trekken en bij een noodstop is de remweg langer.
Rijd je met een volle auto of met een aanhanger, dan heb je vaak een hogere spanning nodig. Ook dat staat in het boekje.
Het lampje van de bandenspanning (TPMS)
Nieuwere auto’s hebben een bandenspanningscontrolesysteem, afgekort TPMS. Volgens de ANWB hebben auto’s die na 2014 gemaakt zijn dit systeem. Het waarschuwt als een band te zacht is. Er zijn twee soorten. Bij de ene soort zit er een sensor in het ventiel van elk wiel. De andere soort meet via de ABS-sensoren of een wiel sneller draait dan de rest.
Brandt het lampje? Controleer dan eerst zelf de spanning en zoek naar een lekke band. Na het bijpompen of na het wisselen naar winterbanden moet het systeem soms opnieuw worden ingesteld. Sensoren kunnen ook kapot gaan of hun batterij kan leeg raken. Een lampje dat blijft branden, kunnen we uitlezen. Dan zie je welk wiel of welke sensor het probleem geeft. Lees meer over je auto laten uitlezen.
Een systeem dat meet via de ABS-sensoren merkt niet dat alle vier de banden tegelijk langzaam zachter worden. Het vergelijkt de wielen met elkaar. Blijf dus zelf elke maand de spanning meten, ook als er geen lampje brandt.
Waarom moeten banden gebalanceerd worden?
Een wiel met band is nooit precies even zwaar rondom. Kleine verschillen zorgen bij hogere snelheid voor trillingen. Je voelt dat vaak in het stuur, meestal ergens tussen 80 en 120 km per uur. Bij balanceren draait een machine het wiel rond en meet waar het te zwaar of te licht is. Daarna worden kleine gewichtjes op de velg geplakt of geklemd.
Balanceren is nodig na het monteren van nieuwe banden. Ook als je na een klap tegen de stoeprand trillingen voelt, of als er een gewichtje van de velg is gevallen. Trillingen die blijven, kunnen ook door een verbogen velg of een beschadigde band komen.
Wat zegt de slijtage van je band?
Het slijtagepatroon van een band vertelt veel over de rest van de auto. Kijk eens goed naar het loopvlak:
| Wat zie je? | Mogelijke oorzaak |
|---|---|
| Beide randen sneller op dan het midden | Bandenspanning te laag |
| Midden sneller op dan de randen | Bandenspanning te hoog |
| Eén kant (binnen- of buitenrand) veel sneller op | Uitlijning niet goed, of versleten onderdelen in de ophanging of stuurinrichting |
| Vlekken of golven rondom de band (uitgeschulpt) | Versleten schokbrekers of onbalans |
| Kaal plekje op één plek | Geblokkeerd wiel bij hard remmen, of een remprobleem |
Slijt een band scheef, dan helpt een nieuwe band maar kort. Die slijt namelijk op dezelfde manier. Het is dan slim om eerst de oorzaak te vinden. Zien we golvende slijtage, dan kijken we ook naar je schokbrekers en ophanging. Wijst de slijtage op een uitlijnprobleem, dan zeggen we je dat eerlijk en bespreken we wat de beste volgende stap is. Een kaal plekje kan met je remmen te maken hebben. Ook dat controleren we.
Hoe controleert een monteur je banden?
Als we naar je banden kijken, doen we dat in een vaste volgorde. Zo mis je niets:
- Spanning meten op alle vier de banden, met koude banden als dat kan. Een te zachte band verklaart vaak al veel.
- Profiel meten op drie plekken per band: binnenkant, midden en buitenkant. De binnenkant zie je zelf bijna nooit, en juist daar slijt een band vaak het eerst.
- Slijtagepatroon lezen: gelijkmatig, schuin, golvend of één kale plek?
- Zijwanden nakijken op bulten, sneden en scheurtjes, ook aan de binnenkant.
- DOT-code aflezen, zodat je weet hoe oud de banden zijn.
- Maat, type en draairichting vergelijken per as.
- Bij scheve of golvende slijtage verder kijken: speling in de ophanging, lekkende schokbrekers, kapotte rubbers.
Waar vergissen mensen zich vaak in?
- “De buitenkant ziet er nog goed uit.” Een band kan aan de binnenrand al tot op het staal versleten zijn, terwijl je aan de buitenkant nog mooi profiel ziet. Draai het stuur helemaal in, dan zie je de voorbanden beter.
- “Hij staat nog boven de 1,6 mm, dus hij is goed.” Dat is de wettelijke grens, niet de veilige grens. Daarom adviseert de ANWB 2 mm voor zomerbanden en 4 mm voor winterbanden.
- “Er zit nog genoeg profiel op, dus de band is nog goed.” Een band van twaalf jaar oud kan nog veel profiel hebben en toch hard en uitgedroogd zijn.
- “Ik pomp ze op met warme banden.” Na een rit is de spanning hoger. Pomp je dan op tot de waarde uit het boekje, dan zijn ze koud te zacht.
- “Het lampje brandt niet, dus de spanning is goed.” Het lampje gaat pas aan bij een duidelijk verschil. Een paar tienden te weinig zie je er niet aan.
- “Nieuwe banden erop, klaar.” Slijt een band scheef, dan slijt de nieuwe band net zo hard als de oorzaak blijft.
Nieuwe banden: waar let je op?
- Dezelfde maat per as. Volgens de APK-regels moeten de banden op één as dezelfde maat hebben. De ANWB raadt aan om het liefst ook hetzelfde merk en type per as te gebruiken.
- Beste banden achter. Vervang je er maar twee? Volgens de ANWB bieden de beste banden achter de meeste voordelen in noodsituaties. De auto breekt dan minder snel uit.
- Draairichting. Op sommige banden staat een pijl. De band moet zo gemonteerd zijn dat hij vooruit in die richting draait. Ook dat is een APK-eis.
- Geen oude voorraad. Kijk bij nieuwe banden ook naar de DOT-code. Een band die jaren in een magazijn lag, is niet meer echt nieuw.
- Maat en snelheidsindex. De juiste maten staan op je huidige band en in je kentekenpapieren. Neem niet zomaar een lagere snelheids- of draagvermogenindex.
Banden laten doen bij Steffens Autoservice
Je vindt ons op het industrieterrein aan de Ambachtsweg 25 in Nijmegen-West. Dat is handig als je uit Weurt, Beuningen of Lent komt, of vlak bij de Waalbrug en de A73 werkt. We werken aan alle merken, en de eigenaar was 17 jaar eerste monteur bij een BMW-dealer in Nijmegen.
Zo werken we:
- We kijken naar je banden: profiel, schade, leeftijd en slijtagepatroon.
- We vertellen wat er nodig is, en wat nog kan wachten.
- Je krijgt een duidelijke prijsafspraak vooraf, voordat we beginnen.
Komt je auto binnenkort voor de keuring? Dan kijken we naar de banden als we je auto APK-klaar maken. Of combineer het met een onderhoudsbeurt, dan hoef je maar één keer te komen. Bel of app ons voor een afspraak via de contactpagina.